Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 18 april 2018

Energietransitie vraagt om een brede inzet

Tijdens de Statenvergadering van vandaag, 18 april, stond het vervolg van de energiedialoog op de agenda. Voor D66 een gelegenheid voor een beschouwing en pleitte voor een goed dialoog, breed gedragen kaders, een energiemix en snelheid.

Afgelopen zaterdag kopte de Telegraaf met “Welkom in het Windmolenwoud!” Als alle fossiele brandstoffen worden vervangen door zonne- en windenergie dan liggen alle daken vol met zonnepanelen. Dan komen er in totaal 130.000 windmolens in Nederland te staan, zowel op land als op zee. Het enige alternatief volgens de populistische krant zijn drie kerncentrales. Dan zou de energietransitie ons grotendeels bespaard kunnen blijven. Er blijft dan wel nog wat gevaarlijk kernafval over. Zo ongeveer het volume van een huiskamer per kerncentrale per jaar, dat zal dan ergens onder de grond moeten worden opgeslagen.

D66 vindt het bijzonder jammer dat de energietransitie op deze wijze een heerlijk populistisch sausje krijgt en direct een negatieve bijsmaak opwekt, vooral bij de vele lezers van die krant. Het zet een teneur en draagt niet bij aan een open grondhouding die bij een dergelijke verandering juist zou helpen. De transitie is zoveel meer dan een keuze tussen zonne- en windenergie óf kernenergie.

Urgentie voor een groen Groningen
Door gaswinning en mijnbouwschade is juist in onze provincie de urgentie om sneller tot een groen Groningen te komen groot. Op dit moment is er nog veel onduidelijk over de verdere gevolgen en de te nemen maatregelen bij het nieuwe gasbesluit. Het is nu eenmaal een stap die grote gevolgen teweeg brengt, waar eenieder tijd nodig heeft om te anticiperen op de nieuwe realiteit.

D66 realiseert zich dat alle zeilen moeten worden bijgezet om de benodigde doelstellingen op het gebied van energietransitie te behalen.

Wind op zee betekent waterstofeconomie
Dit betekent dat D66 vindt dat het College opnieuw de discussie over extra ruimte voor wind op zee zou moeten aanzwengelen. Immers, voor het succesvol ontwikkelen van de groene waterstofeconomie is nog circa 23 keer zo veel groene elektriciteit afkomstig van wind op zee nodig.

Dit betekent ook dat de Provincie, eventueel met het Rijk, zal moeten kijken naar financiering van andere vormen van vergroening, zoals warmtenetten. Vooral aansluitingen die voor marktpartijen economisch niet rendabel zijn vragen om investeringen vanuit de overheid.

D66 Statenlid Bianca Kruize: ‘Het besef dat er heel wat moet gebeuren is Groningers meer dan duidelijk. Onze provincie heeft al stappen in de goede richting gezet: lokale energieopwekking, windenergie, de vergroening van de chemie, om nog maar niet te spreken over de verduurzaming van verkeer en vervoer!’

Veel Groningse initiatieven
Onze provincie telt al vele initiatieven, denk aan Grunneger power, denk aan dorpen die samenwerken om zelfvoorzienend te zijn in hun energieopwekking, zoals de recente opening van het zonnepark in ’t Zand. Denk aan alle ideeën in het MKB zoals in de landbouwsector, waar velen druk bezig zijn om hun bedrijf ‘groen’ te maken, niet slechts in de verf. Kijk naar bijvoorbeeld de proef natuurinclusieve landbouw op de Westeresch bij Veele.

D66 vindt het wel zorgelijk dat het bestaande net de energie uit zon niet voldoende aan kan. Aangezien de Provincie aandeelhouder is, vragen wij ons af wat de Provincie kan doen om er bij de netbeheerder voor te zorgen dat zij niet de beperkende factor zijn.

Geen kant en klare oplossingen
Er is geen kant en klare oplossing die de energietransitie gaat realiseren. De enige manier om dit voor elkaar te krijgen is een combinatie van overheidsinvesteringen, burgerinitiatieven en samenwerking met netbeheerders en leveranciers van allerhande energieproducten. Een transitie waarin inwoners een centrale rol spelen, omdat ze de controle krijgen over hun eigen energiehuishouding met energie die lokaal – door henzelf of in coöperatief verband – is opgewekt. Een transitie waarin Rijk en zeker Provincie zorgen voor een vereenvoudiging van regelgeving en financiële ondersteuning biedt daar waar dat broodnodig is.

Nait soez’n moar doun
De dialoog aangaan vinden we een logische stap bij het vervolg van de energiedialoog; én onderzoeken hoe de inwoners van Groningen zelf niet alleen de lasten maar ook de lusten kunnen delen. De voortgang van de energiedialoog betekent: het ophalen van informatie uit alle lagen van de samenleving om samen te komen tot concrete kaders voor maatschappelijke tenders waarvoor ruim draagvlak bestaat. Prachtige definitie. D66 vindt dat de dialoog, ook over wind op land, met uiterste zorgvuldigheid moet worden vervolgd. Zorgvuldigheid vereist ook een zorgvuldige planning en moet niet leiden tot vertraging bij de uitvoering. En daarom zegt D66: Nait soez’n moar doun!